Afgelopen week organiseerde we voor het eerst een midweek poëzie op Klooster Westerhûs. Zeer geslaagd en voor herhaling vatbaar was het oordeel van de deelnemers.
Hieronder een gedicht dat voorbij kwam de afgelopen week.
Zomerdag
Wie maakte de wereld?
Wie maakte de zwaan en de zwarte beer?
Wie maakte de sprinkhaaan?
Déze sprinkhaan, bedoel ik,
die zichzelf uit het gras heeft geslingerd,
die suiker eet uit mijn hand,
die haar kaken heen en weer beweegt in plaats van op en neer-
die rondkijkt met haar enorme, ingewikkelde ogen.
Nu heft ze haar bleke voorarmen op en wast grondig haar gezicht.
Nu klapt ze haar vleugels open en zweeft weg.
Ik weet niet precies wat een gebed is.
Ik weet wel hoe je aandacht geeft, aan hoe je
in het gras valt, hoe je knielt in het gras,
hoe je nutteloos en gezegend kunt zijn, hoe je door de velden struint,
wat precies is wat ik de hele dag deed.
Vertel me, wat had ik anders moeten doen?
Sterft niet alles uiteindelijk, en te snel?
Vertel me, wat ben jij van plan te doen
met dat ene enerverende en kostbare leven van jou?
Mary Oliver


Geef een reactie