Niet alleen (7)

SPIJT

Janos staat naast me op het bospad. Voorzichtig raakt hij mijn arm aan. “Gaat het? Ach, je rilt er van!” Ik sta van hem afgewend op enige afstand. Inderdaad, te trillen in mijn schoenen. Aangedaan. Beschaamd. Vooral dat laatste. Zojuist heb ik hem tijdens onze wandeling verteld over één van mijn naarste daden. Hoe de herinnering daaraan me op dit moment plaagt. Hoe het perspectief over mijzelf zich totaal heeft omgekeerd. Van “What’s in it for me?” en “Wat heeft de wereld mij wel niet aangedaan” naar “Hoe ben ik van betekenis in deze wereld”. En ook een pijnlijk verstikkend “en wat heb ik de wereld wel niet aangedaan?”

En wat héb ik de wereld aangedaan! Ik weet zeker dat veel van mijn denken, spreken en doen noch mijn medemensen, noch God veel plezier heeft opgeleverd. Integendeel. En dat besef doet zo’n pijn. Het is een ruw proces waarin ik terecht ben gekomen. Wat ik Janos vertelde, is nog niet een fractie van al mijn wandaden. De geest is uit de fles. Ik moet met mijn levendige herinneringen iets doen, want ik stik er in.

Met Reinier spreek ik later af voor een begeleidingsgesprek. Hij weet hoe ik er voor sta, maar weet niet goed hoe hij mij kan helpen. Ik ervaar mijn schaamte en schuldbesef als belemmerend in mijn ontwikkeling, kerkbezoek of gang naar Nijkleaster. Zeker als het Heilig Avondmaal aan de orde is. Ik schrok me rot toen dat gepland bleek en ik dat niet wist tot ik al in de kerkbanken zat. Ik wist me geen raad. Ik kon geen kant op; het liefst was ik de kerk uitgevlucht. Ik heb gepast. Dit is iets waar ik zelf doorheen zal moeten gaan. Dat beseffen Reinier en ik beiden. Hij kan alleen faciliteren en steunen. Hij is bovendien pastor, geen psycholoog.

We spreken af elkaar bij Nijkleaster te ontmoeten waar Reinier ’s ochtends in het gebed voorgaat en de kuier begeleidt. Om aansluitend samen naar Grou te gaan, waar hij predikant is. Ik voel me klein, betrapt, schuldig. Waar ik in de Redbadtsjerke normaal op de eerste de beste plek ga zitten die vrij is, meestal in de binnenste kring van stoelen, vaak ook nog eens vooraan, schuil ik nu achter mede kuier-gangers. Reinier vertelt zijn verhaal. Dat gaat over mij? Dat gaat over mij! Ik houd het niet droog. Ik verga en verpulver van pijnlijk schuldbesef. In Grou zitten Reinier en ik later die dag samen voorin in de verder lege Sint Piter-kerk. Op twee apart gezette stoelen. Reinier zorgzaam en bezorgd, afwachtend. Ik strak als een veer. Durf ik dit? Kan ik dit? Hoe is het voor Reinier als ik het vertel? Kan hij mij daarna nog zien? Hoe belastend is dit voor iemand? Wat maak ik stuk met dit te openbaren? Welk goed doet het?

Ik aarzel lang. Steeds sta ik op de drempel, om dan weer terug te stappen. Bijna geef ik de moed op. Reinier inmiddels ook, vertelt hij me later. Schijnbaar uit het niets begin ik dan eindelijk te vertellen. Ik stik onderwijl in mijn tranen, huil aan één stuk door schuddend en schokkend, ga helemaal stuk van berouw. Mijn hoofd, mijn maag, buik, spieren, alles doet me zeer. Ik zou kunnen overgeven als ik niet moest spreken. En ik vertel…

Er gebeurt niets. Reinier blijft kalm naar me luisteren, haalt een glas water wanneer het me serieus te zwaar wordt. Het dak komt niet naar beneden. De wereld vergaat niet. Ik ga niet dood. Het is er uit. Mijn schouders schokken na en ik heb moeite om Reinier aan te kijken. Hij constateert vriendelijk rustig “Het is niet goed wat je hebt gedaan.” Wat ik beaam. Na kort rust vervolgt hij “maar ik veroordeel je niet.” Ik kalmeer. Eindelijk.

In de dagen en weken daarna leer ik bidden. Op m’n knieën leg ik mijn geleefde doelloos leven voor God neer. Onwennig en verlegen, schuldbewust, soms rillend van een diep gevoeld ontzag. Tot ik rustig word en ruimte begin te ervaren, opluchting, en God in die ruimte opnieuw ontmoet. In Zijn kalmte leun ik mijn vermoeide bestaan en ga een nieuwe fase in.

De okerrode dageraad
schuurt langs de randen van de nacht.
Mijn rust’loos waken ontneemt me kracht;
ontneemt me woord en daad.
 
Ergens in dat donk're licht
doolt een woord voor U dichtbij.
Een woord dat U omschrijft, èn mij,
en ons aan elkaar verplicht.
 
Mijn hart een rauwe last.
Hoe kan ik anders bij wat ik voel?
Ik glij uit bed en kniel maar neer.
 
Ik stamel mijn stomheid ... God... Heer...
Vader! ... Vader is wat ik bedoel.
Vader, hou me vast.

————————————–

Barbara de Zoete heeft in Jorwert in juni 2018 kennis gemaakt met het christendom zoals dat bij Nijkleaster beoefend wordt. Bij toeval. Haar religieuze oorsprong is het boeddhisme. Het christendom raakte haar diep en inmiddels bereidt ze zich voor op haar doop. In deze serie, waar dit stukje er één van is, neemt ze u mee in het proces dat ze doormaakt. Ze schrijft deze serie op uitnodiging van Nijkleaster. Zo leeft Barbara naar haar doop toe en kunnen mensen uit de kringen van Nijkleaster en de gemeente Westerwert-Mantgum met haar meeleven. De doop zal naar verwachting op de vroege Paasmorgen, op 21 april om 06.00 uur plaatsvinden.

(ds. Hinne Wagenaar)

Reacties

  1. Tiny Elzing zegt

    Prachtig Barbara! Jouw kracht en kwetsbaarheid maakt me stil en blij.

  2. Zwanny Wouda zegt

    Aangrijpend!

Laat wat van je horen

*