In het komende half jaar reis ik zo nu en dan voor een paar dagen naar Duitsland. Ik volg daar een cursus in het begeleiden van Contemplatieve Oefeningen, een soort stilteretraites. Fijn om buiten de deur inspiratie op te doen en daarvan iets te kunnen delen.
De eerste cursusdagen zijn inmiddels achter de rug. In benediktinessenklooster Burg Dinklage ontmoette ik voor het eerst mijn medecursisten en docent. De cursus heeft te maken met verstillen maar deze eerste keer hield vooral het spreken me bezig. Ik ben de enige buitenlander in de groep. Met twee jaar middelbare-school-duits en een paar maanden oefenen op Duolingo kan ik inmiddels best een praatje maken bij de koffie. Maar meedoen in een verdiepend groepsgesprek, dat is andere koek.
Halverwege de eerste ochtend verzamel ik moed en meng me met mijn gebrekkige woordenschat in het gesprek – want ja, ik wil graag deel worden van de cursusgroep. Mijn gedachten gaan naar mensen die voor het eerst bij ons op een kleasterochtend of op het klooster zijn. Sommigen doen meteen onbekommerd mee aan de uitwisseling tijdens kennismaking of lunchgesprek. Maar vaak merk je iets van een aarzeling. Hoe gaat het er hier aan toe? En wil ik in deze nieuwe omgeving meteen iets van mezelf laten zien?
Terwijl ik naarstig naar woorden zoek, realiseer ik me dat het niet alleen de vreemde taal is die me parten speelt. Net zo min als onwennigheid in de groep of verlegenheid. Als het gaat om de dingen van het hart kùn je niet anders dan aarzelend en zoekend spreken.
Hoe geef je woorden aan wat je raakt, wat je draagt, wat je inspireert? Hoe je ontroering overbrengen, je verlangen, je verdriet? Hoe iets over God zeggen of over de ziel van je ziel?
Het komt er altijd een beetje onbeholpen uit. En als je iets voor jou wezenlijks van binnen naar buiten hebt gebracht, dan is het wel zo ongeveer wat je bedoelde, maar klopt het toch ook weer niet helemaal. Het klinkt zo gauw te groot, te pretentieus, te zeker, te algemeen. De diepte, de intimiteit, het zo heel eigene en onvergelijkbare van je ervaring laat zich nauwelijks in taal vangen. Het blijft aarzelen, proberen, stil vallen, wagen… En daarbij maakt het niet eens zoveel uit of het nu in je memmetaal is of in een Fremdsprache (een vreemde taal op z’n Duits).
Het wonderlijke is, zulke onbeholpen gesprekken zijn de mooiste die er bestaan. Ondanks onze onhandige woorden – of moet ik zeggen: juist door die onhandige woorden? – laten we elkaar een glimp zien van de kostbaarheid van ons bestaan. Er ontstaat herkenning. Harten verstaan elkaar op hun eigen, onuitsprekelijke golflengte. En zo raken we verbonden met elkaar, pelgrims onderweg naar ons ware thuis.
Bij Nijkleaster maken we telkens bewust ruimte voor ‘Verbinding’, voor zulke ontmoetingen van hart tot hart. Bijzonder om daar eens bij stil te staan! En de cursus in Duitsland? Dankzij mijn aandachtige medecursisten en mijn stuntelige Duits komt dat vast ook wel goed.
Ds. Saskia Leene


Geef een reactie